Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Stop op lastendruk door gemeenten

Bij veel Zeeuwse gemeenten stagneert de bevolkingstoename. In sommige gemeenten neemt het inwonertal zelfs af. Er is sprake van krimp. Een andere veel ingrijpender vorm van krimp is de economische crisis waarin we ons bevinden. Deze crisis heeft gevolgen voor de overheid en de burgers. Nu al is bekend dat provincies en gemeenten minder geld krijgen van de rijksoverheid. De gemeenten zullen dus de komende jaren ook de broekriem moeten aanhalen.

Van veel gemeenten is bekend dat de gemeentelijke begroting elk jaar hoger uitvalt. Een begroting is het gevolg van reeds aangegane verplichtingen en een reeks van wensen van burgers, politieke partijen en niet in het minst vanuit het dagelijks bestuur en het ambtelijk apparaat. De optelsom hiervan leidt herhaaldelijk tot een tekort. Niet verwonderlijk dat de burger vaak wordt geconfronteerd met verhoging van de lastendruk om het ontstane tekort aan te vullen. Het roer moet om, want ook de gemiddelde burger heeft of krijgt te maken met krimp.

Tot dusver ontstaat een begroting als een gevolg van een optelsom van wensen. Draai het de komende jaren eens om en stel eerst vast welke inkomsten er zijn zonder inflatiecorrectie en zonder verhoging van de gemeentelijke belastingen. Daarmee komt een budget beschikbaar. De tering naar de zetten dus. Dat budget mag niet hoger zijn dan het begroting totaal van de lopende begroting. Het zou al een hele cultuuromslag betekenen als men met een begroting  werkt dat niet hoger is dan de vorige. Kan dat? Natuurlijk kan dat, mits de politieke, bestuurlijke en ambtelijke wil aanwezig is.

Circa 85 % van de begroting zijn vaste lasten en verplichtingen, daar kan men niet omheen. Het handhaven van werkgelegenheid en het onderhoud aan de gemeentelijke infrastructuur moet onaangetast blijven. De rest zou bespreekbaar kunnen zijn. De krimp geldt ook voor gemeenten. De trap van boven af vegen betekent dat men eerst met de eigen organisatie begint. De eerste vraag die moet worden beantwoord is : “kan het bestuur en de gemeentelijke organisatie het werk zodanig herindelen dat minder personeel nodig is”. Vervolgens komt de vraag aan de orde of de gemeente kan bezuinigen op de kosten die gemoeid zijn met het werk dat wordt uitbesteed bij de vele externe adviesbureaus, omdat de gemeente onvoldoende deskundigheid in huis heeft. Vaak schakelt de gemeente een adviesbureau in bij onzekerheid of bij gebrek aan zelfvertrouwen.

Bekend is ook dat gemeenten extern advies inroepen om minder vriendelijke beleidsmaatregelen te kunnen treffen, omdat het bestuur en management het kennelijk moeilijk vinden zelf het slechte nieuws  te brengen. Zeker is dat op het terrein van het externe advies kan worden bezuinigd.   Als de broekriem moet worden aangehaald, dan zal ook het subsidiebeleid tegen het licht moeten worden gehouden. Deze opsomming kan per gemeente verder worden uitgebreid. Het draait om de politieke wil om de gemeentelijke lastendruk te bevriezen/beperken. In deze tijd van krimp heeft de gemeente niet het morele recht de lastendruk te verhogen, als men niet zelf de nodige begrotingsdiscipline aan de dag legt. Het toepassen van de gebruikelijke inflatiecorrectie is  geen wettelijke plicht. Een overheid met invoelend vermogen voor een krimpend gezinsbudget kan de inflatiecorrectie en de indexering best één of twee jaar laten rusten. Realisatie van een zuinige begroting zal het vertrouwen in de lokale overheid doen toenemen. Burgers zullen dat zeer waarderen.

T.H.(Tom) Aalfs, jurist en oud-raadslid voor D66 in Vlissingen.

Gepubliceerd op 16-11-2013 - Laatst gewijzigd op 17-11-2013